9 rekenspelletjes met dominostenen.

Het blijft geweldig om rekenspelletjes te vinden die kinderen kunnen spelen met voorwerpen die gewoon in huis of op school al aanwezig zijn.
Of het nu gaat om dobbelstenen, Lego of bijvoorbeeld dominostenen, met veel dingen is er wel een rekenspelletje te bedenken waardoor kinderen beter inzicht krijgen in getallen.
Vooral kinderen die visueel zijn aangelegd hebben vaak baat bij rekenspelletjes.
Daarom 9 rekenspelletjes met dominostenen

Deze spelletjes kunnen alleen worden gespeeld of  samen, maar met andere spelers erbij is dit natuurlijk beter voor de interactie onder elkaar en maakt het natuurlijk ook veel leuker.

Zet ze op volgorde.

  1. Leg alle dominostenen met de symbolen naar beneden, zodat je de blanco achterkant ziet.
  2. Leerlingen kiezen vijf dominostenen, draaien ze om en tellen de beide zijdes bij elkaar op.
    Hierdoor krijgen ze dus vijf getallen.
  3. Leg de stenen hiermee op volgorde van laag naar hoog.
  4. Met meerdere kinderen kun je er een wedstrijdje van maken door bijvoorbeeld de verschillen tussen de  hoogste en laagste steen te laten vinden.

Vermenigvuldigingsstrijd.

  1.  Wederom beginnen we met de dominostenen blind op tafel.
  2. Elke leerling kiest een dominosteen maar laat hem blind op tafel liggen.
  3. De kinderen tellen tot drie, en draaien hun steen om. Ze vermenigvuldigen de twee zijdes van hun steen.
    Bijvoorbeeld 2 x 3 = 6 of 1 x 4 = 4.
  4. De leerling die het snelst de vermenigvuldiging doet en uitspreekt wint beide stenen.
    De steen van zichzelf en de steen van de andere leerling of leerlingen.
  5. Na vijf beurten tellen de leerlingen hun gewonnen dominostenen.
    De leerling met de meeste stenen wint.

Even of oneven.

  1. Sorteer de dominostenen op even of oneven nummers. Dit kun je doen door de kinderen te laten optellen, aftrekken of vermenigvuldigen.
  2. Wil je hier een spelletje van maken ?
    Laat de kinderen om de beurt een dominosteen pakken. Geef aan of ze moeten optellen, aftrekken of vermenigvuldigen. Het kind met de meeste even (of oneven) getallen wint.

Coördinatenspel.

  1. We beginnen weer met de dominostenen blind op tafel.
  2. Geef de leerlingen een A4 met vierkanten er op met een x- en y-as van 0 naar 6.
    Een voorbeeld hiervan kunt u vinden in dit pdf bestand.
  3. Om de beurt pakken de kinderen een dominosteen.
  4. Met de twee getallen zoeken de kinderen het coordinaat op de x- en y-as.
    Bijvoorbeeld met een dominosteen van 2 en 4 zetten ze dan een stip op x = 2 en y = 4.

Decimalen ordenen.

  1. Leerlingen kiezen vijf dominostenen en keren ze om.
  2. De ene kant is het hele getal, de andere kant is het decimaalteken.
  3. De leerlingen leggen de dominostenen verticaal neer met het grootste getal boven en het laagste getal onder.
  4. Hierbij moeten ze ook rekening houden met het decimaal getal. Dus 2,4 is groter dan 2,2.
  5. Wil je er een spel van maken? Leerlingen ordenen hun domino’s en vinden vervolgens het verschil tussen hun grootste decimaal en de laagste decimaal. De leerling met het grootste (of laagste) decimaal verschil wint.

Vergelijk decimalen.

  1. We beginnen weer met de dominostenen blind op tafel.
  2. Leerlingen kiezen twee dominostenen en draaien deze om.
  3. Een kant is het hele getal, en de andere zijde is de decimaal.
  4. Vergelijk beide dominostenen met elkaar.
  5. Maak er een spelletje van.
    Elke leerling kiest een dominosteen.
    Dan vergelijken ze hun decimaal.
    De leerling met het hoogste decimaal of de laagste wint.

Optrekken of aftrekken van decimalen.

  1. De dominostenen liggen weer blind op tafel.
  2. Leerlingen kiezen twee stenen en draaien deze om.
  3. Een zijde is het hele getal, de andere is de decimaal.
  4. Laat de leerlingen de decimalen bij elkaar optellen of aftrekken.
  5. Maak er een spel van door de leerlingen het verschil van hun uitkomst te vergelijken.
    De leerling met het de hoogste of laagste waarde wint.

Vergelijk Breuken

  1. Nadat de stenen blind op tafel zijn gelegd kiezen de leerlingen twee stenen en keren ze om.
  2. De enen kant van de steen is de teller, de andere kant is de noemer.
  3. Laat de leerling beide breuken vergelijken.
  4. Door dat leerlingen een steen pakken kunnen ze hun breuk met elkaar vergelijken en kun je bijvoorbeeld voorstellen dat de leerling met de hoogst breuk of de laagste breuk wint.
    Deze krijgt dan beide stenen.
    Dit kunnen ze dan meerdere keren spelen tot alle dominostenen zijn omgedraaid.
    De leerling met d e meeste dominostenen heeft dan gewonnen.

Breuken sorteren van hoog naar laag of andersom.

  1. De stenen liggen weer blind op tafel.
  2. Leerlingen kiezen vijf stenen en draaien deze om.
  3. Weer is een zijde de teller en de andere zijde de noemer.
  4. Laat ze de vijf stenen ordenen op de hoogste breuk naar de laagste.
    Of van laag naar hoog.

Wellicht zijn er nog wel meer spelletjes te bedenken met dominostenen. En deze zou ik dan ook graag vernemen.
Natuurlijk zijn dit maar voorbeelden van de mogelijkheden met dominostenen en kan dit veel uitgebreider worden gedaan.
Maar die keuze laat ik aan jullie zelf over. Ook kun je deze spellen heel goed in de keuzekast onderbrengen bij getalknap.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: