donderdag, mei 30, 2024
Algemeen

Tweede Kamer verkiezing 2023.


De Tweede Kamer verkiezing 2023 komen er aan.

Door de val van het kabinet vlak voor de zomervakantie moeten we eind dit jaar weer naar de stembus. De Tweede Kamer verkiezing 2023.
Maar op wie moet je nu stemmen ? Welke partij of persoon ?
Om weer een beetje een inzicht te krijgen in de standpunten van de meeste partijen met betrekking tot het onderwijs heeft vanjufmarjan ze weer opgezocht voor de Tweede Kamer verkiezing 2023.


Het CDA

Het CDA wil deugdelijk onderwijs op alle niveaus. Dat gaat over meer dan goede cijfers voor rekenen en taal en het opleiden voor een beroep. Onderwijs is bij uitstek de plek om ieder talent tot bloei te brengen en te ontwikkelen tot een goede burger. Ons onderwijs staat onder druk om kennis en vakmanschap door te geven. De leesvaardigheid van onze kinderen neemt af en lang niet ieder kind heeft een passende onderwijsplek. Het tekort aan leraren speelt hierbij een rol. Dat laat zich niet alleen oplossen met extra geld. Als samenleving moeten we de leraar weer steunen in waar hij of zij goed in is: onderwijzen met aandacht

Fundament voor kansen

  • Het CDA wil het aantal kinderen dat naar de voorscholen komt fors verhogen door administratieve drempels weg te nemen en ouders voor te lichten over de meerwaarde. Op die manier voorkomen we ontwikkel- en taalachterstanden en ontlasten we het onderwijs waar de kinderen daarna heen gaan.
  • Het CDA wil dat allereerst doen met de onderwijsinstellingen zelf, met docenten, ouders, leerlingen en studenten. De bureaucratische top-downcultuur is dringend aan revisie toe.

De basis op orde voor ieder kind

  • Het CDA wil dat het budget voor het verbeteren van de basisvaardigheden rechtstreeks naar de scholen gaat die het nodig hebben. In samenwerking met bibliotheken komt er een onderwijsbreed leesoffensief om achterstanden weg te werken en de ‘lol in lezen’ terug te krijgen. Laaggeletterdheid verdient structurele aandacht.
  • Het CDA is voorstander van een mobieltjesverbod in de klas, zodat kinderen tijdens de les niet worden afgeleid en alle tijd en aandacht uitgaat naar het onderwijs. Scholen hebben hier in eerste instantie zelf een verantwoordelijkheid.
  • Bijles en huiswerkbegeleiding groeien. Juist kwetsbare gezinnen die daar baat bij hebben kunnen dit vaak niet betalen. Dat vergroot de kansenongelijkheid. Elk kind moet toegang kunnen krijgen tot bijscholing, bij voorkeur binnen en door de school zelf.
  • Het middelbaar onderwijs moet meer ruimte voor gecombineerde schooladviezen en verlengde brugklassen. Gezamenlijke huisvesting van verschillende niveaus van dezelfde school in één gebouw verdient de voorkeur.

De CDA-plannen voor het onderwijs

  • Het lerarentekort is slecht voor zowel de leerlingen als de teams die samen uit hen het beste weten te halen. Oplossingen voor dat tekort moeten daarom vooral
    uitgaan van de versterking van de school als team van professionals die samen uitstekende vorming en kwaliteit bieden.
  • Het CDA wil stimuleren dat er meer samenwerking of het samengaan van lerarenopleidingen in een regio tot hoogwaardige onderwijsacademies zorgen.
  • Onderwijsteams krijgen veel meer mogelijkheden voor maatwerk in hun eigen samenstelling. Door docenten, mensen in opleiding tot docent en niet-educatieve specialisten samen te brengen, kunnen de tekorten binnen de teams gericht opgelost worden.
  • Jongere docenten worden actief begeleid na hun instroom in het team en de schoolbesturen worden ondersteund bij het helpen bij de snelle aflossing van hun studieschulden na vijf jaar dienstverband.
  • De taak van de docent moet allereerst die van educatief rolmodel zijn. Met de scholen en hun vertegenwoordigers zal een indringende dialoog gestart worden om de opstapeling van maatschappelijke verlangens aan het onderwijs en de scholen fors te reduceren.

Ieder talent telt

  • De prestaties van docenten, studenten en opleidingen in het mbo, hbo en wo zijn maatschappelijk essentieel en daarom onmisbaar. Daar wordt waar wat in een hoogwaardige samenleving centraal staat: ieder talent telt. Mbo, hbo en wo krijgen de wettelijke opdracht geaccrediteerde trajecten voor leven lang ontwikkelen samen met de sociale partners concreet vorm te geven. Overheid, sociale partners en deelnemers zorgen samen voor de bekostiging van zulk aanbod. Beunhazen wordt zo de pas afgesneden.
  • De bekostiging van hbo en wo wordt minder afhankelijk gemaakt van ‘massaproductie’ van rendement. Hun maatschappelijke opdracht staat centraal.

Voor meer informatie kunt u op de website van het CDA terecht.





De ChristenUnie

De standpunten over onderwijs van de ChristenUnie:

  • Keuzevrijheid in heel Nederland. Ouders moeten in heel Nederland kunnen kiezen voor een school die past bij hun opvoeding en overtuiging, of dat nu bijzonder of openbaar onderwijs is.
    De vrijheid van artikel 23 om een school met een eigen identiteit op te richten mag niet worden aangetast. Dat betekent dat de overheid rechten die samenhangen met het richtingenbegrip beschermt, zoals vergoeding van de kosten van leerlingenvervoer en de bescherming voor de laatste school van een richting.
    Het (bijzonder) onderwijs heeft vrijheid van richting en inrichting: het mag eigen religieuze of levensbeschouwelijke opvattingen en pedagogische opvattingen in het onderwijs tot uitdrukking brengen. De overheid waakt ervoor dat niet één bepaalde visie op ‘het goede’ en ‘het goede leven’ aan het onderwijs opgelegd wordt.
  • Goede en rolvaste inspectie. De Inspectie van het Onderwijs wordt versterkt en gaat beter toezicht houden op passend onderwijs.
    De Inspectie is rolvast en heeft tot taak om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken op grond van deugdelijkheidseisen. De inrichting van het onderwijs is nadrukkelijk aan de schoolgemeenschap zelf op basis van een gezamenlijk gedragen identiteit en visie.
  • Werkdrukmiddelen structureel beschikbaar. Schoolteams bepalen zelf waar het geld aan besteed wordt. Zo komt het geld in de klas terecht.
  • Kwaliteitsimpuls. We stellen geld beschikbaar voor een kwaliteitsimpuls en we verbeteren het leesonderwijs. We bestrijden achterstanden, om te zorgen voor gelijke kansen.
  • Kleine scholentoeslag behouden. Die is van belang om kleine scholen met een bijzondere richting open te kunnen houden, bijvoorbeeld in krimpregio’s.
  • Aantrekkelijk beroep. Om het lerarentekort tegen te gaan, wordt werk gemaakt van het vergroten van loopbaanperspectieven voor leraren. Er komt één CAO voor het basis- en het voortgezet onderwijs en de salariskloof wordt gedicht.
  • Soepele overgangen tussen schoolniveaus. Via de doorstroomtoets krijgen leerlingen meervoudige schooladviezen in het basisonderwijs. Samen met brede brugklassen draagt dit bij aan gelijke kansen.
  • Verbeteren curriculum en kerndoelen. Het curriculum en de kerndoelen in het funderend onderwijs worden verbeterd. Er komt een permanente commissie die iedere 5 jaar adviseert over de herijking van het curriculum.

Voor meer informatie van de ChristenUnie


D66

De standpunten van D66 zijn lastig te lezen op de website van de partij. Grafisch ziet het er allemaal geweldig uit, maar het is lastig om door alle gegevens heen te navigeren.
Een opsomming.

 

 

Vijf plannen voor het basisonderwijs

Een rijke schooldag

Er ontstaat steeds meer een tweedeling op de basisschool. Aan de ene kant heb je scholen met veel extra’s, dankzij de ‘vrijwillige ouderbijdrage’. Ouders met genoeg geld brengen hun kinderen graag naar dit soort scholen.
Aan de andere kant hebben scholen in gesegregeerde wijken deze extra’s niet. Deze grote verschillen moeten rechtgetrokken worden.
Daarom willen wij een rijke schooldag voor ieder kind. Deze schooldag bestaat uit onderwijs, opvang, sport, cultuur, muziek, natuur en huiswerkbegeleiding. Zo krijgen kinderen een eerlijke kans op een mooie toekomst.

Een warme lunch voor leerlingen

Bij die rijke schooldag hoort ook een warme lunch. Sommige kinderen komen zonder broodtrommel naar school. En op een lege maag kan je niet leren. Zo zorgen we dat alle kinderen genoeg brandstof hebben voor een fijne schooldag. Bovendien hoeft er tussen de middag ook geen oppas geregeld te worden.

Trek de onderwijskwaliteit tussen scholen gelijk

Gelijke kansen vragen om een ongelijke behandeling. Er moet extra geld komen voor het vergroten deze van kansen. Het budget voor een leerling met een leerachterstand hoort dan ook hoger te zijn dan dat voor een reguliere leerling. Scholen met veel kinderen met een achterstand krijgen hierdoor aanzienlijk meer geld. Deze scholen kunnen dan de klassen verkleinen, extra activiteiten bieden, onderwijsassistenten inzetten, bijles geven en de beste docenten aantrekken door bijvoorbeeld ook een hoger salaris te bieden.


Stop met allesbepalende toetsmomenten

Aan de eindtoets hangen enorme nadelen voor de kansengelijkheid. Zo is de eindtoets een objectief meetpunt maar wel een zeer beperkte momentopname. Bovendien worden sommige kinderen extra getraind om goed op de specifieke test te scoren, en andere kinderen niet. Gelukkig is de afrekentoets al afgeschaft. Toetsen in groep 8 mag, maar als thermometer voor het leerproces. Niet als selectiemiddel.

Naar de brede brugklas

De overgang van basisschool naar middelbare school wordt als doorlopende lijn beschouwd. Het uitgangspunt is dat kinderen in brede brugklassen komen.

 

Meer informatie van D66.





PVDA / GROENLINKS

Onderwijs voor kansen en ontwikkeling

  • Een kansrijke start met publieke kinderopvang. De focus van kinderopvang moet liggen op de pedagogisch-didactische visie in plaats van de functie als arbeidsmarktinstrument. Daarom verschuiven wij kinderopvang met het daarbij behorende budget van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar het ministerie van Onderwijs. Ook maken wij van de kinderopvang een publieke basisvoorziening zonder winstoogmerk.
  • Meer ontwikkelkansen door personeelstekorten op te lossen. Het vak van leraar moet aantrekkelijker worden door meer zeggenschap te geven op de werkvloer, papierwerk terug te dringen en de arbeidsvoorwaarden aantrekkelijker te maken. In alle onderwijssectoren, van basis- tot universitair onderwijs, krijgen de mensen die het werk doen het recht om te beslissen over de besteding van de zogenaamde werkdrukmiddelen en krijgen ze meer invloed op het curriculum en de besteding van extra onderwijsgelden. Het salaris van leraren maken we minder afhankelijk van het niveau waarop zij lesgeven. Een leraar op het vmbo is wat ons betreft evenveel waard als een leraar op het vwo of in het speciaal onderwijs.
  • Extra aanbod op school. We zetten in op financiering voor gemeenten zodat gezond ontbijt wordt aangeboden en een gezonde lunch voor leerlingen die niet naar huis gaan. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat deze taak op het bordje van de leraren terecht komt.
  • Echt gelijke kansen. We verhogen de salarissen van onderwijspersoneel op scholen met veel kwetsbare kinderen structureel. Deze scholen krijgen kleinere klassen en we zorgen voor extra klassenassistenten en extra middelen voor ondersteuning in de klas. Ook scholen in krimpregio’s kunnen een beroep doen op deze toelage.
  • Bijles gericht op tegengaan achterstanden. Zolang de kwaliteit van het onderwijs niet verhoogd is en achterstanden niet zijn weggewerkt, krijgen scholen ruimte om met eigen (vak)docenten of in
    samenwerking met maatschappelijke organisaties bijles te organiseren. Publiek gefinancierde scholen mogen niet meer samenwerken met commerciële bijlesorganisaties en we dringen de sponsoring van scholen door commerciële partijen terug.
  • Latere selectie. We geven extra subsidie aan brede brugklassen (brede brugklasbonus) en zorgen ervoor dat lerarenopleidingen beter toegerust worden om leraren hierin te scholen.
  • Passend onderwijs. We leggen landelijk vast welke ondersteuning ieder kind moet krijgen, rekening houdend met regionale en lokale omstandigheden. Leraren moeten in de lerarenopleiding al goed worden voorbereid op de omgang met zorgleerlingen en leerlingen die specifieke ondersteuning nodig hebben. Wij streven naar inclusief onderwijs waarbij kinderen met en zonder beperking samen naar school gaan, zoveel mogelijk in hun eigen buurt.
  • Speciale aandacht voor (voorgezet) speciaal onderwijs. Om goede mensen aan te trekken zorgen we dat leraren in het voortgezet speciaal onderwijs meer salaris en bijscholingsmogelijkheden krijgen en een lagere (administratieve) werkdruk.

Voor meer informatie over de standpunten van beide partijen samen kunt u hier terecht op de website pvdagroenlinks.nl


De Partij voor de dieren

Goed, inclusief en toegankelijk onderwijs, wetenschap, cultuur en media vormen het fundament van een vrije, democratische samenleving. Toch staat dit fundament onder druk. Er is een groot tekort aan leraren, de uitstroom is hoog en er is groeiende kansenongelijkheid. De Partij voor de Dieren wil structureel investeren in het onderwijs.

Investeren

Er moet worden geïnvesteerd in leerkrachten en scholen. De Partij voor de Dieren vindt dat er structureel extra geld moet worden vrijgemaakt voor het verlagen van de werkdruk, meer regie voor leraren over hun werk, het creëren van extra ontwikkelingsmogelijkheden, hogere salarissen en kleinere klassen.

  • We werken toe naar een klassengrootte van maximaal 21 leerlingen per klas. De school gaat over de klassengrootte, maar de medezeggenschapsraad krijgt instemmingsrecht.
  • Extra klassenassistenten en ondersteunend personeel komen beschikbaar. Hiermee verlagen we de werkdruk van leraren.
  • We maken meer tijd voor het vak van leraren, zodat er ruimte is voor het voorbereiden van lessen, coaching van leerlingen, inhoudelijke verdieping en persoonlijke ontwikkeling van leraren. Het aantal lesuren dat een leraar voor de klas moet staan gaat op termijn naar beneden.
  • Er komen meer voorzieningen voor coaching en begeleiding van nieuwe leraren. Ervaren leerkrachten krijgen de tijd om nieuwe leerkrachten te begeleiden.
  • Fusies tot grote schoolfabrieken zijn niet meer aan de orde. Het wordt eenvoudiger voor scholen om zelfstandig te opereren, buiten het grotere verband van een scholengemeenschap.
  • We willen af van flexcontracten en tijdelijke aanstellingen op scholen. Onderwijspersoneel dient zicht te hebben op een vaste aanstelling.
  • Scholen horen bij uitstek niet gericht te zijn op rendement, standaardisatie, controle, concurrentie en zakelijke managementmodellen, maar op de ontwikkeling van de individuele leerling. Dat vergt op korte termijn investeringen en komt op langere termijn iedereen ten goede.
  • De Onderwijsinspectie gaat minder waarde hechten aan op toetsen behaalde cijfers. Zo krijgen scholen de ruimte om afscheid te nemen van de toetscultuur. We moedigen aan om breder te kijken naar hoe scholen presteren en de voortgang van leerlingen niet enkel in cijfers te vatten.
  • We stimuleren middelbare scholen om brede brugklassen aan te bieden en pas na twee tot drie jaar klassen in te delen in specifieke onderwijsrichtingen.
  • Leraren, leerlingen en ouders krijgen veel meer autonomie bij het bepalen van het beleid van de school.
  • Leerlingen krijgen waar mogelijk inspraak in een deel van het curriculum, zodat zij kunnen bijdragen aan hun individuele lesprogramma. Ook krijgen leraren de kans om een deel van het curriculum zelf in te vullen, bijvoorbeeld op basis van specifieke interesse of deskundigheid.
  • De urennormen vervallen, scholen kunnen zelf de hoeveelheid uren afstemmen op de exameneisen.
  • Basisscholen krijgen de vrijheid af te zien van de doorstroomtoets als zij op een andere manier kunnen aantonen dat aan de wettelijke eisen is voldaan.
  • We investeren in reken- en taalvaardigheid. Leesvaardigheid is een voorwaarde voor succes voor bijna alle schoolvakken. De Partij voor de Dieren pleit voor meer leestijd in schoolverband. Leesplezier wordt bevorderd door het leesmateriaal meer aan te laten sluiten bij de interesses van de leerling.
  • Bibliotheken spelen een grote rol in het bevorderen van leesplezier en vervullen een belangrijke sociaal-maatschappelijke functie. We investeren in voldoende bibliotheken en hun activiteiten, inclusief kleinere buurtbibliotheken, zodat ze hun belangrijke rol met verve kunnen vervullen.
  • Kritisch denken, digitale vaardigheden (inclusief digitale veiligheid) en mediawijsheid worden aangescherpt en opgenomen in de kerndoelen en eindtermen. Scholieren leren zo om te gaan met internet en andere media. Zo leren leerlingen onder andere nepnieuws herkennen.
  • Er wordt in het gehele onderwijs, naast lichamelijke ontwikkeling, ook ruimte gegeven aan geestelijke ontwikkeling.
  • Praktische en culturele vaardigheden worden ruimschoots aangeboden aan de kinderen. Activiteiten als handarbeid, schoolzwemmen, sportlessen, cultuurlessen (theater-, dans-, muziek-, schilderles, etc.) en schooltuinen worden gefaciliteerd en er komt extra geld voor.

Voor meer informatie over de Partij voor de dieren.





De PVV

De PVV is vrij summier met informatie over de plannen voor het onderwijs.

De PVV wil voor u:

  • Onderwijsveroudering in plaats van onderwijsvernieuwing
  • Politieke neutraliteit van de leraren
  • Einde aan de indoctrinatie van onze kinderen
  • Kleinschalig onderwijs
  • Taal en rekenen weer centraal
  • Meer leraren voor de klas
  • Geen onbevoegde leraren meer voor de klas
  • Maximaal 20% van de onderwijsbegroting naar overhead, minimaal 80% naar de klas
  • Behoud van artikel 23 van de Grondwet, de vrijheid van bijzonder onderwijs
  • Verbod op islamitisch onderwijs, omdat dat onze vrijheid en onze waarden bedreigt
  • Doorlopende leerlijnen van het vmbo naar het mbo en uiteindelijk het hbo
  • Forse beperking van het aantal buitenlandse studenten

Voor meer informatie van de PVV


De SGP

Ook op de website van de SGP is het lastig zoeken om de standpunten van deze partij bij elkaar te vinden.

De standpunten voor Basis- en Voortgezet onderwijs.

Leerlingen die extra zorg nodig hebben, krijgen dat zoveel mogelijk binnen de context van het reguliere onderwijs. Voor gevallen waarbij het voor de betreffende leerlingen beter is om niet binnen het reguliere onderwijs mee te draaien, moeten voldoende plaatsen in het speciaal onderwijs beschikbaar zijn. Indicatiestelling en zorgverlening voor zorg en onderwijs dienen zo spoedig mogelijk geïntegreerd te worden.

Het basis- en voortgezet onderwijs is van fundamentele betekenis voor de vorming en ontwikkeling van kinderen. In het onderwijs moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij de capaciteiten en aanleg van de kinderen. Tegelijk blijft onderwijs in groepsverband van grote (sociale) betekenis. In het onderwijs moet veel aandacht worden besteed aan basisvaardigheden als taal en rekenen. Ook dient er een royaal ruimte te zijn voor vormende vakken, zoals godsdienst, geschiedenis en media-educatie. Waarden en normen verdienen in het gehele onderwijs veel aandacht en fatsoensnormen moet strikt gehandhaafd worden.

Het is belangrijk dat de keuze voor vmbo, havo en vwo in de brugklas niet te snel wordt gemaakt. Het betekent echter niet dat deze keuze in alle gevallen pas na twee jaar gemaakt moet worden.

De overheid moet voor allerlei interessante en belangrijke thema’s, zoals het omgaan met de natuur of programmeren, niet meteen nieuwe vakken verplichten. Het is aan scholen om te kijken of en hoe dit in het onderwijsaanbod gestalte kan krijgen.

Artikel 23 grondwet

  • De vrijheid van onderwijs moet versterkt worden.
  • Scholen moeten bij de aanstelling van personeelsleden en het toelaten van leerlingen een beleid kunnen voeren in overeenstemming met grondslag en doel van de school.
  • Scholen behouden de ruimte om van (de ouders van) leerlingen te vragen de grondslag van de school te onderschrijven.
  • De wettelijke bevoegdheden voor de onderwijsinspectie worden versoberd. Onderdelen van het toezichtkader die op gespannen voet staan met de didactische vrijheid van scholen, worden geschrapt.
  • De overheid draagt er zorg voor dat de positie van kleine en bijzondere scholen in de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs niet onder druk komt te staan.
  • Communicatie is in het onderwijs van fundamenteel belang. Het dragen van gezichtsbedekkende kleding mag daarom in het onderwijs niet toegestaan worden.
  • Schoolbesturen moeten hun zaakjes op orde hebben. De overheid geeft een krachtig signaal af dat besturen bij financieel wanbeleid hun eigen boontjes moeten doppen. Uiteraard mogen leerlingen niet de dupe worden.

Voor alle informatie over het verkiezingsprogramma en de standpunten van de SGP


De SP

Tweede Kamer verkiezing 2021De standpunten van de SP staan ook zeer uitgebreid op de website van de SP.

Een kleine opsomming:

  • Er is een groeiend tekort aan leraren. Het vak van leerkracht maken wij daarom veel aantrekkelijker. Docenten krijgen een hoger salaris en de lonen worden landelijk uitbetaald. Daarin worden over de hele linie de lonen van docenten verhoogd. Geld voor het onderwijs is niet bedoeld
    voor hoge beloningen of voor dure bonussen, bestuurders vallen voortaan onder de onderwijs cao. Wij versterken ook de zeggenschap van docenten in het bestuur, onder andere door hen instemmingsrecht te geven op de begroting van scholen.
  • We voeren een kleine klassenstrijd. We werken naar klassen van maximaal 23 kinderen, te beginnen op scholen met veel kinderen uit armere gezinnen. Zo verlagen we de werkdruk voor docenten, terwijl ieder kind meer aandacht kan krijgen. Elk kind verdient gelijke kansen, scholen mogen kinderen niet meer uitsluiten door een hoge ouderbijdrage. Niet particuliere instituten, maar scholen zélf gaan leerlingen die dat nodig hebben hulp aanbieden. Goed onderwijs mag geen dure luxe worden, particulier onderwijs leggen we daarom aan banden.
  • Het ‘passend onderwijs’ heeft niet opgeleverd wat werd beloofd en moet op de schop. De behoefte van kinderen komt centraal te staan en niet meer het geld. Nieuwe scholen voor speciaal onderwijs worden mogelijk gemaakt. Het starten van speciaal onderwijs binnen het regulier onderwijs wordt ook gemakkelijker, zolang de kinderen daar profijt van hebben. Alle kinderen krijgen een leerrecht, dat hen beschermt tegen schoolbesturen die ruzie maken over waar een kind terecht kan.
  • Sport verbroedert, brengt mensen samen en is gezond. We willen meer gymlessen en sportbeoefening op school, onder leiding van vakleerkrachten. Ook zwemveiligheid moet meer prioriteit krijgen, onder andere door het invoeren van meer schoolzwemmen in het basisonderwijs.
    Sporten moet voor iedereen betaalbaar zijn. Sport heeft ook een voorbeeldfunctie: misstanden worden krachtig bestreden, zoals racisme op en langs het veld, gebruik van doping of seksueel misbruik.
  • Veel jongeren leren beter op een echte werkplek dan in een klaslokaal. We geven het MBO daarom alle ruimte voor goede beroepsopleidingen, die ook aansluiten op de arbeidsmarkt. De jongeren die geen startkwalificatie kunnen halen krijgen een arbeidsmarktkwalificatie, die veel duidelijker maakt wat hun vaardigheden zijn. We maken het aantrekkelijk om een leven lang bijscholingen te volgen, bij voorkeur aan een mbo, hogeschool of universiteit.
  • Iedereen die dat wil en kan moet zonder belemmeringen, en zonder zichzelf in de schulden te steken, kunnen studeren. Alle studenten krijgen een hogere studiebeurs, zodat ze meer tijd hebben om te studeren. Iedere studie moet ook volledig in het Nederlands te volgen en te voltooien zijn. Het aantal studenten uit het buitenland is de afgelopen jaren veel te hard gestegen en moet worden beperkt, om opleidingen en studentenhuisvesting voor jongeren uit Nederland toegankelijk te houden.
  • De positie van wetenschappers wordt versterkt, door meer vaste aanstellingen en meer waarborgen voor het doen van onafhankelijk onderzoek. Met een onderzoeksfonds, waarin bedrijven opdrachten kunnen aanbieden, zonder dat er nog een directe band is tussen het bedrijf en de onderzoeker. Externe opdrachtgevers moeten de uitkomsten van onderzoek niet kunnen beïnvloeden en mogen publicatie van resultaten niet tegenhouden. Artikelen moeten gratis toegankelijk zijn.

Voor meer informatie over de SP.





De VVD


De VVD wil het beste onderwijs.

Leraren zijn vakmensen. Een bevlogen en deskundige leraar maakt het verschil voor kinderen.
Ieder kind verdient zo’n leraar. We maken het leraarschap aantrekkelijker en zetten leraren en
schoolleiders in hun kracht: zij zorgen voor het beste onderwijs.

 

 

 

De grootste standpunten.

  • We steunen leraren. Leraren weten het beste hoe hun vak eruit moet zien. Als het gaat over de inrichting van het onderwijs, de lerarenopleiding en een professionele werkomgeving, staat
    de autonomie en medezeggenschap van leraren voor ons centraal. Beslissingen over geld moeten dicht bij de werkvloer genomen worden.
  • We willen dat er voldoende leraren en schoolleiders zijn. Daarom verbeteren we de arbeidsvoorwaarden en komt er een meerurenbonus. We zetten in op het aanspreken
    van de stille reserve, uitbreiding van uren, verminderen van uitval en het ondersteunen van overstappers uit andere beroepen en mensen die willen bijdragen. Scholen werken hiervoor
    verplicht regionaal samen. Er komen meer universitair geschoolde leraren, onder andere door deze leraren in hogere salarisschalen in te laten stromen.
  • Leraar zijn is een vak. Daarbij horen goede arbeidsvoorwaarden, een goede opleiding, intensieve begeleiding voor startende leraren en in de basis arbeidscontracten van minimaal
    vier dagen per week. Daarom stimuleren we contractuitbreiding en beperken we externe inhuur. Dat voorkomt ook dat commerciële bureaus misbruik maken van het lerarentekort.
    Continue professionele ontwikkeling wordt verplicht. De inhoud van de lerarenopleiding wordt landelijk vastgesteld, samen met leraren en wetenschappers. Er komt in ieder geval meer focus
    op basisvaardigheden door een centrale eindtoets voor leraren, we stimuleren opleiden in de praktijk en er komen losse opleidingen voor het jongere en oudere kind.
  • We maken het leraarschap aantrekkelijker. Leraren krijgen meer mogelijkheden om door te groeien of te specialiseren. Samen met leraren komen we tot vaste carrièrepaden in het onderwijs.
    De functietitels junior-, medior- en seniordocent vervangen de huidige salarisschalen en de beste leraren kunnen een hoger salaris krijgen. Scholen gaan verplicht een stagevergoeding geven aan stagiairs.
  • Ondersteunen leraren en schoolleiders bij digitale vaardigheden. We gaan door met de opstart van het expertisepunt digitale geletterdheid om leraren te ondersteunen met kennis over kunstmatige intelligentie en digitale vaardigheden.
  • Geen onnodige werkdruk. Scholen laten leraren vaak meer administreren en toetsen dan verplicht of nodig is. De inspectie gaat extra controleren op onnodige administratie, onnodige
    toetsdruk en betere arbeidsvoorwaarden. We gaan uit van vertrouwen en autonomie.

Veilig onderwijs voor iedereen.

Leraren moeten veilig hun werk kunnen doen, en leerlingen moeten veilig kunnen leren. Dat gaat zowel over fysieke als sociale veiligheid. We doen wat nodig is, zodat iedereen veilig op school is.

  • De fysieke veiligheid voor leerlingen en leraren staat altijd voorop. Wanneer leerlingen, bijvoorbeeld door wapenbezit, een gevaar zijn voor andere leerlingen of leraren, mogen zij
    langer dan een week geschorst worden. Ook mag een leerling dan van school worden gestuurd zonder dat een vervangende school is gevonden. Wanneer de politie vermoedt dat een leerling of student andere studenten aanzet tot crimineel gedrag, wordt de school geïnformeerd.
  • Scholen moeten veilig zijn. Om het meebrengen van messen of andere wapens tegen te gaan krijgt een schoolmedewerker, zoals de conciërge, bij redelijke verdenking, de bevoegdheid om
    kluisjes te doorzoeken of leerlingen te fouilleren. Wanneer een leerling wapens bezit, gaat de politie altijd op huisbezoek bij de ouders.
  • Iedereen is welkom op school. We wijzigen artikel 23 van de grondwet zodat de vrijheid van onderwijs niet het gelijkheidsbeginsel mag ondermijnen. Er komt een acceptatieplicht van
    leerlingen in het bijzonder onderwijs. Identiteitsverklaringen schaffen we af, want iedereen moet veilig zichzelf kunnen zijn. Ouders mogen kinderen niet langer thuishouden vanwege
    richtingsbezwaren.
  • Beschermen vrije waarden op school. We ontslaan sneller bestuurders als de burgerschapsopdracht niet wordt uitgevoerd. Ook privéuitingen van bestuurders gaan
    hieronder vallen. Er komt een verbod op lesmaterialen die kinderen ondemocratische waarden aanleren. De inspectie krijgt de wettelijke verplichting om hierop te controleren. Gebedsruimtes op openbare scholen staan we niet toe.
  • Geen anti-integratief informeel onderwijs. We voeren de Wet toezicht op informeel onderwijs in, zodat kinderen geen onvrije waarden aanleren.
  • Meer inzicht in veiligheid. We wijzigen de wet zodat scholen verplicht worden om (sociale) veiligheidsincidenten te registreren. Ernstige incidenten, bijvoorbeeld een vermoeden van
    genitale verminking, worden verplicht gemeld bij de inspectie.
  • Instemmingsrecht voor gemeenteraad bij de oprichting van een nieuwe school. Hierdoor worden geen scholen opgericht waar geen draagvlak voor is. We evalueren de Wet meer
    ruimte voor nieuwe scholen zo snel mogelijk.

Een goede basis voor elk kind

Onderwijs moet leerlingen voorbereiden op de maatschappij. Die voorbereiding begint met een
goede basis in taal, rekenen, burgerschap en digitale vaardigheden. Met toekomstgericht onderwijs
zorgen we voor die basis.

  • Rekenen en taal voorop. We leggen de nadruk op basisvaardigheden. We zetten de huidige curriculumherziening voort en reken- en taalvaardigheid worden onderdeel van elk schoolvak.
    Tijdelijke noodmaatregelen vanwege het lerarentekort mogen niet de onderwijstijd in de basisvaardigheden raken.
  • Het curriculum moet minder vol. Minimaal tweederde van de onderwijstijd op basisscholen moet worden besteed aan basisvaardigheden. Zolang schoolresultaten ondermaats zijn, is minder tijd voor bijvoorbeeld projectweken en losse lespakketten.
  • Scholen helpen met basisvaardigheden. De basisteams basisvaardigheden breiden we uit. Scholen zijn dus niet afhankelijk van commerciële partijen.
  • Alleen nog bewezen effectieve lesmethoden. De onderwijsinspectie controleert of gebruikte lesmethoden wetenschappelijk onderbouwd en bewezen effectief zijn.
  • We verlagen de leerplicht naar het vierde levensjaar. Om achterstanden aan te pakken gaan daarnaast alle kinderen met een taalachterstand vanaf twee jaar verplicht naar voorschoolse educatie.
  • Meer ruimte voor techniek. Er komen centrale examens in wiskunde D en informatica. In plaats van het verplichte vak cultureel kunstzinnige vorming mogen leerlingen ook examen doen in een nieuw te ontwikkelen vak praktische techniek.
  • We scherpen de burgerschapseisen verder aan. Iedere leerling en student moet Nederlandse normen en waarden kennen en daarnaar handelen. De normen zijn nu te vaag, en burgerschapsonderwijs moet gegeven worden door bevoegde docenten.
  • Goede scholen krijgen meer ruimte. Ze mogen afwijken van regels over bijvoorbeeld onderwijstijd en curriculum. Scholen die onvoldoende presteren houden we aan strenge regels. We bouwen het aantal subsidies af en gaan oormerken in de lumpsum. Aan schoolbestuurders worden meer eisen gesteld.
  • Mobiele telefoons horen niet in de klas. Basis- en middelbare scholen staan telefoons alleen toe als dat nodig is voor de les, bijvoorbeeld voor het aanleren van digitale vaardigheden.
  • Scholen in kleine dorpen zijn belangrijk voor de leefbaarheid. We investeren in kleine dorpsscholen door de kleine scholentoeslag te herzien. De toeslag wordt afgeschaft in grote steden, het vrijkomende geld gaat naar dunbevolkter gebied.
  • Aanpakken laaggeletterdheid. We zetten de huidige programma’s, zoals Tel mee met taal, voort.

Voor een uitgebreidere lijst van de VVD





De BBB

De boerburgerbeweging is een nieuwe partij in de tweede kamer die deze verkiezing ook nog wel eens een belangrijke rol kan krijgen.
Daarom is het ook wel van belang om de standpunten van deze partij eens goed onder de loep te nemen.

Gezond onderwijs

Tegenwoordig krijgen kinderen niet de juiste of helemaal geen informatie over de landbouw. Schoolboeken bevatten verkeerde en/of suggestieve informatie over de land- en tuinbouw.

Daar gaat de BBB verandering in brengen! Wij zullen ervoor zorgen dat foute of suggestieve informatie uit de schoolboeken verdwijnen en dat oud lesmateriaal, waarin bijvoorbeeld nog gesproken wordt over legbatterijen en kistkalveren niet meer op scholen mogen worden uitgedeeld. Daarnaast zullen wij ons inzetten voor verplicht voedselonderwijs, waarvan boerderij-educatie een wezenlijk onderdeel is. Kinderen moeten al vroeg in aanraking komen met de herkomst van hun voedsel. Daardoor zullen zij voedsel als volwassene meer waarderen en mogelijk bereid zijn om er meer voor te betalen.

Kennis over voedsel en land- en tuinbouw zal kinderen ook stimuleren om te kiezen voor een opleiding in de agrarische sector, waarmee het bestaansrecht van de sector wordt gewaarborgd. (Voedselverspilling!)Verder zullen wij ons inzetten voor overheidscampagnes voor Nederlandse voedselproducten en zullen wij overheid en bedrijfsleven vragen om in bedrijfsrestaurants, ziekenhuizen en foodservice te kiezen voor NL producten en dit ook uit te dragen naar hun afnemers: de consumenten.

Actiepunten

  • Scholen op het platteland blijven open en ‘thuisnabij onderwijs’ staat centraal.
  • Alle 150 gekozen Kamerleden en het voltallige Kabinet volgen na elke verkiezingen, verplicht een week een inboeringscursus op het platteland, op minimaal 100 kilometer van hun eigen woonplaats. Daar wordt hen alle facetten van wonen en werken op het platteland bijgebracht door boeren en plattelandsbewoners.
  • Voor alle studenten is een basisbeurs beschikbaar.
  • Bij nieuw beleid wordt een ‘krimpcheck’ toegepast: dus bijvoorbeeld bij het invoeren van nieuwe onderwijsregels wordt gecheckt wat deze regels voor impact hebben voor de scholen op het platteland.
  • Foute of suggestieve informatie over welke sector of groep mensen dan ook, verdwijnt uit de schoolboeken. Schoolboeken waarin nog wordt gesproken over werkwijzen die niet meer in Nederland van toepassing zijn, zoals legbatterijen en kistkalveren, worden uit het onderwijs gehaald, dan wel aangepast. Voordat schoolboeken en lespakketten aan leerlingen worden aangeboden toetst een deskundige commissie uit diverse sectoren het lesmateriaal op feitelijke onjuistheden en propaganda.
  • Onderwijzers op alle scholen wordt verboden hun eigen ideologieën te verspreiden onder leerlingen. Er komt een meldpunt waar leerlingen en ouders dit kunnen melden. Een deskundige commissie beoordeelt deze klachten.
  • Achterhaald lesmateriaal over voedselproductie, waarin bijvoorbeeld nog gesproken wordt over legbatterijen en kistkalveren mogen in de tussentijd op scholen niet meer worden gebruikt.
  • Voedselonderwijs op de basisschool wordt verplicht. Boerderij-educatie is hierin een wezen-lijk onderdeel. In de wet wordt hierover opgenomen, dat de kosten en de arbeid die de ondernemer daar in steekt volledig worden vergoed.
  • Vrijwillige boerderijeducatie wordt beter gewaardeerd. De overheid stimuleert boerburger–communicatie niet alleen in woorden, maar ook in daden en zal dan ook jaarlijks substantieel financieel bijdragen aan boerderijeducatie.
  • In de opleiding van alle docenten wordt een stage bij een onderdeel van de agrarische sector verplicht.
  • Op de opleidingen voor Journalistiek wordt landbouw, visserij en platteland een verplicht vak.
  • Het voortgezet, middelbaar, hoger en universitair agrarisch onderwijs wordt, in samenwerking met het bedrijfsleven, beter gepromoot op basisscholen en voortgezet onderwijs. Alleen dan kan Nederland leidend blijven als Agrarisch Kenniscentrum voor de rest van de wereld en zo helpen te zorgen voor voedselzekerheid in de wereld.
  • Gezien de specifieke uitdagingen en kennis in deze sector valt Agrarisch onderwijs onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Platteland en niet onder het ministerie van Onderwijs.
  • Er komt meer voorlichting om jongeren te stimuleren een opleiding in de agrarische sector te volgen. De landbouw wordt steeds meer hightech middels bijvoorbeeld ICT en precisie-landbouw. Dus ook hier heeft de sector nu iets nieuws te bieden qua onderzoek en scholing voor een groep jongeren.
  • Er moet ook in het landelijk gebied goede toegang zijn tot hogescholen en universiteiten, eventueel via afstandsonderwijs, gecombineerd met lesdagen op locatie. Dit zorgt ervoor dat hoogopgeleide jeugd voor haar studie niet hoeven te verhuizen naar de grotere steden. Dit kan mogelijk op het platteland nieuwe impulsen kan stimuleren.
  • We praten niet meer over hoogopgeleiden of laagopgeleiden. We praten alleen nog over theoretisch opgeleiden en praktisch opgeleiden.
  • Basisscholen met meer dan 40 leerlingen blijven open op het platteland.

Voor meer informatie over de BBB


50Plus

Op de website van 50plus valt nog geen nieuwe informatie te vinden over het verkiezingsprogramma voor 2023.
Maar er valt wel info te vinden over de standpunten.

De standpunten

  • Het onderwijs moet meer aansluiten op de snelle ontwikkelingen in de maatschappij.
  • Terugkeer van de basisbeurs.
  • De positie en de beloning van leraren basis- en voortgezet onderwijs moeten worden versterkt.
  • Onderwijs wordt aangeboden in de Nederlandse taal. Voor degenen die het Nederlands onvoldoende beheersen worden taalcursussen aangeboden.
  • Het beroepsonderwijs moet zich meer gaan richten op het onderwijs aan volwassenen.
  • Samenwerking tussen beroepsonderwijs en het bedrijfsleven moet geïntensiveerd worden.
  • De Nederlandse taal wordt o.a. via het onderwijs gestimuleerd voor alle Nederlanders en degenen die dat willen worden.
  • De maximale leeftijdgrens in het volwassenenonderwijs wordt losgelaten.
  • Voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) moet overdag en ‘s avonds beschikbaar zijn.
  • Voor iedereen die werkloos wordt en recht heeft op een ww-uitkering is vavo direct en kosteloos beschikbaar. Het UWV heeft hierbij een stimulerende rol.
  • Het beschikbare bedrag voor volwassenenonderwijs moet flink omhoog.
  • Ingezet moet worden op levenslang leren en ontwikkelen.
  • De toegankelijkheid van het hoger onderwijs moet gewaarborgd blijven.

Uw vind meer informatie op de website van 50Plus





Denk

DENK staat voor toegankelijk onderwijs waarin er gelijke kansen zijn, zodat iedereen in staat is om het volle potentieel uit zijn of haar leven te halen. DENK hecht ook waarde aan de socialiserende werking van onderwijs. In het ideaal van DENK is onderwijs geen toetsfabriek, maar brengt het de kennis en vaardigheden over die van Nederlanders vaardige en sociale deelnemers van onze samenleving maken.

Geld

  • Meer geld naar en voor het onderwijs
  • Minimum percentages voor uitgaven door scholen, zoals minimale investeringen in scholing van personeel
  • Een reserveplafond voor onderwijsinstellingen, zodat het geld niet wordt opgepot en écht in de klas terecht komt
  • Betere verantwoording over onderwijsuitgaven door scholen
  • Extra geld voor het passend en speciaal onderwijs, om ieder kind de ondersteuning te bieden die het nodig heeft

Gelijke kansen in het onderwijs

  • Meer geld voor het onderwijsachterstandenbeleid
  • Het leenstelsel afschaffen en de oude basisbeurs herinvoeren, waarbij studenten die onder het leenstelsel geld hebben moeten lenen worden gecompenseerd
  • Dezelfde eindtoets voor iedereen
  • Aan het einde van de onderbouw opnieuw objectief toetsen of een leerling op het goede niveau zit
  • Iedere leerling een brede brugklas bieden, waardoor het selectiemoment wordt uitgesteld en leerlingen van elkaar leren
  • Scholing van leraren om vooroordelen over leerlingen met bepaalde achtergrondkenmerken tegen te gaan
  • Hogere beloning van leraren op achterstandsscholen om daar de beste leraren voor de klas te krijgen
  • Voor iedereen de mogelijkheid om vakken op verschillende niveaus kunnen volgen
  • Een loting bij studies met een numerus fixus, zodat er een eerlijke afspiegeling komt van toegelaten studenten
  • Een stagegarantie van de overheid voor iedereen die geen stageplaats kan vinden
  • Onderadvisering van leerlingen met een migratieachtergrond tegengaan

Waardering voor onderwijshelden

  • Een beter salaris voor leraren, te beginnen met leraren in het basisonderwijs
  • Uitbreiding van de scholings- en professionaliseringsmogelijkheden voor leraren, met monitoring door middel van een lerarenregister
  • Snijden in de werkdruk van docenten door de bureaucratie te verminderen
  • Het lerarentekort tegengaan door het leraarschap meer te waarderen

Voor meer informatie op de website van DENK


Nieuw Sociaal Contract

Goed onderwijs ligt aan de basis van bestaanszekerheid. Onderwijs draait niet alleen om het overdragen van kennis, maar vooral ook om het ontdekken en ontwikkelen van talenten en het aanleren van vaardigheden.
Daarvoor moet alle ruimte zijn in het onderwijsleerproces. De overheid kan en moet hiervoor de juiste voorwaarden scheppen en zorgen voor een betrouwbare structurele bekostiging van het onderwijs. Niet het aantal leerlingen, maar (kunnen) leveren van kwaliteit moet hierbij centraal staan.

Basis- en voortgezet onderwijs

De kwaliteit van het basis- en voortgezet onderwijs is gediend bij sterke onderwijsgemeenschappen die aansluiten bij de menselijke maat, met aandacht voor de individuele leerling. Docenten en schoolleiding organiseren als collega’s samen het onderwijs en betrekken ouders actief hierbij.

  • Leraar/docent moet een aantrekkelijk beroep zijn, met voldoende tijd om lessen voor te bereiden en mogelijkheden voor het ontwikkelen van de eigen professionele vaardigheden. Adequate beloning en waardering zijn hierbij randvoorwaarden. We willen met de sector verkennen wat er voor nodig is om meer mensen voltijds (4 tot 5 dagen per week) te laten werken. De regeldruk en administratieve lasten voor de leraar moeten afnemen.
  • We zijn geen voorstander van onderwijsvernieuwingen die onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd zijn.
    Er komen geen nieuwe ‘potjes’ (extra tijdelijke middelen), maar alleen structurele bekostiging waarmee scholen vooruit kunnen.
  • Wij pleiten ervoor om de rol van schoolbesturen te respecteren door middel van de structurele (lumpsum) bekostiging. Schoolbesturen moeten er wel voor zorgen dat de middelen besteed worden in de klas. We stellen een norm voor de hoeveelheid onderwijsgeld aan het primaire proces, maximeren de overhead en willen dat leraren actief worden betrokken bij de besteding van de middelen.
  • Het basisniveau van rekenen en lezen moet omhoog. Nieuwe – soms ouderwetse – lesmethoden moeten het plezier in lezen terugbrengen. Daarnaast is het van belang dat er een goede balans is tussen cognitieve ontwikkeling, kennis van de wereld en het ontwikkelen van creativiteit. Dit is noodzakelijk om later als burger in onze maatschappij te kunnen functioneren.
  • We willen de kansen vergroten van leerlingen die van huis uit minder meekrijgen, met een achterstand beginnen of gewoon laatbloeier zijn. Daarom proberen we over- of onderadvisering zo veel mogelijk te voorkomen met een goed onderbouwd schooladvies door de leraar en door scholen meer ruimte te bieden om laatbloeiers te helpen hun weg te vinden.
    Steeds meer kinderen krijgen bijles. Dat is nadelig voor kinderen waarvan ouders dat niet kunnen betalen. Daarom dient er een goed aanbod van huiswerkbegeleiding beschikbaar te zijn bij de school zelf.
  • Het is noodzakelijk om de lerarenopleidingen te verbeteren en onderling beter te laten samenwerken.
    De lat moet omhoog. We investeren in de kwaliteit van zowel de voltijdopleidingen als in deeltijd- en zijinstroomopleidingen. We stimuleren effectieve programma’s die de diversiteit in het basisonderwijs vergroten. We pleiten voor een fijnmaziger functiehuis, zodat er meer ruimte komt voor mbo’ers, zijinstromers en herintreders.
  • Bij de omgang met schaarste wordt het solidariteitsprincipe gehanteerd: scholen met het grootste aandeel kwetsbare kinderen krijgen de meeste middelen om beperkingen in onderwijsaanbod en -tijd te vermijden. Wij zijn voorstander van stimuleringsregelingen (financieel en/of middels urgentieverklaringen in huisvesting) om goede docenten te kunnen aantrekken op scholen met veel kwetsbare leerlingen.
  • Scholen met veel leerlingen van minder draagkrachtige ouders hebben moeite om activiteiten als schoolkampen en schoolreisjes te bekostigen. Wij willen het voor scholen niet geheel onmogelijk maken om een vrijwillige ouderbijdrage voor bepaalde activiteiten te vragen, maar pleiten wel voor een verruiming van de activiteiten in het basisaanbod van scholen (zoals digitale leermiddelen, of een periodiek schoolreisje).
  • Om kinderen te helpen zichzelf te concentreren, zijn mobiele telefoons en andere digitale communicatieapparatuur op school alleen toegestaan wanneer deze nodig zijn voor de les.
  • Het streven naar passend onderwijs voor kinderen met problemen op een reguliere school leidt in de praktijk nog te vaak tot overbelasting van leraar/docent én klas en tot thuiszittende leerlingen, wat effect kan hebben op de motivatie, het gedrag en de schoolprestaties van leerlingen. Schoolbesturen moeten voldoende middelen krijgen om te zorgen voor preventieve jeugdhulp op school.
  • Het speciaal onderwijs voor leerlingen die specialistische of intensieve begeleiding nodig hebben, moet in een aantal regio’s meer plekken krijgen. Dit geldt ook voor hoogbegaafde leerlingen. Te grote afstanden dragen niet bij aan het welzijn van leerlingen, we stellen een bereikbaarheidsnorm in van maximaal 45 minuten reistijd. We willen een evaluatie van het leerlingenvervoer; het vervoer van kwetsbare kinderen moet gegarandeerd zijn en
    mag niet leiden onder de tekortkomingen van gemeentelijke aanbestedingen.
  • Gemeenten dragen zorg voor adequate onderwijshuisvesting. Er moet een inhaalslag worden gemaakt op het gebied van renovatie, onderhoud en verduurzaming van gebouwen. We verwachten van gemeenten dat zij duidelijke afspraken maken met schoolbesturen over verantwoordelijkheden en geldstromen.
  • Aanbod van verschillende soorten scholen door verschillende scholenverenigingen, is goed voor de kwaliteit. We ontmoedigen de vorming van te grote koepels waardoor één scholenvereniging een hele regio of stad beheerst

 

Voor meer informatie kunt u op de volgende website van Nieuw Sociaal Contract terecht.


 

Delen op social media of per email :

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Volg ons :

Volg ons op Facebook Volg ons op Twitter Volg ons op Pinterest