Meer- of hoogbegaafde kinderen. Wat is het verschil?

meer- of hoogbegaafdMeer- of hoogbegaafde kinderen.

In het basisonderwijs komt steeds meer aandacht voor meer- en hoogbegaafde kinderen. Er worden speciale plusklassen geörganiseerd waar deze kinderen naast de reguliere basisschool één of meerdere dagdelen naar toe kunnen om te werken met gelijkgestemden.
Maar welk kind laat je nu naar de plusklas gaan, en welk kind heeft genoeg aan wat er op de school zelf aangeboden wordt.

Voor deze vraag is het van belang dat je eerst goed duidelijk hebt wat nu een meerbegaafd kind is en wat een hoogbegaafd kind is.

De verschillen:

  • Is een meerbegaafd kind vaak belangstellend en geïnteresseerd, een hoogbegaafd kind is daarentegen nieuwsgierig en wil onderzoeken. Dit geldt niet voor alles, het moet ze wel interesseren.
  • Hoogbegaafden kinderen hebben vaak moeite met de manier zoals op de basisschool les wordt gegeven, en halen er vaak van alles bij. Meerbegaafde kinderen leren juist gemakkelijk op die manier. Een hoogbegaafd kind heeft dan als valkuil een onderpresteerder te worden.
  • Een kind dat hoogbegaafd is heeft minder contacten met de groep dan een meerbegaafde. Een hoogbegaafd kind loopt te ver vooruit op zijn leeftijdsgenoten en mist hierdoor raakvlakken.
  • Een meerbegaafd kind heeft vaak meer herhaling nodig dan een hoogbegaafd kind.
  • Meerbegaafde kinderen leren van gemakkelijk naar moeilijk, in stappen. Hoogbegaafde kinderen beginnen bij het geheel en splitsen dit op in delen.
  • Meerbegaafde kinderen gebruiken over het algemeen hun linker hersenhelft (taal en rekenen) en hoogbegaafde kinderen juist hun linker hersenhelft (creativiteit en muzikaliteit)

De praktijk:

Heel belangrijk is dus dat je goed kijkt naar de kinderen waarvan je denkt dat het misschien wel een eens hoogbegaafd kind zou kunnen zijn. Hoe presteert het op school, kijk daarbij ook naar de kinderen die minder presteren dan verwacht. Ligt het kind goed in de groep of mist het de aansluiting. Luister naar het kind. Wat voor vragen stelt het en het allerbelangrijkste, heeft het genoeg aan wat jij of de school het te bieden heeft.
Vaak zijn er wel verrijkende materialen op school zoals bijvoorbeeld Rekentijgers, Superdenkwerk of Acadin. Maar soms kan een kind zich ook daar niet in vinden en wil het onderzoeken wat hem of haar interesseert. Dan is een plusklas een hele goede mogelijkheid om deze kinderen in hun behoefte te voorzien. Daar staat ook als het goed is een leerkracht voor die hiervoor heeft geleerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *